Santa Lucia (616 km²) behoort tot de Bovenwindse Eilanden en de Kleine Antillen. Het amandelvormige eiland bestaat bijna geheel uit vulkanisch gesteente met een geologisch gezien ouder massief in het noorden en een jonger in het centrale deel van het eiland. Het eiland telt ca. 140.000 inwoners.
St. Lucia is één van de mooiste eilanden van het Caribische gebied. De natuur met zijn vulkanische bergen, tropische regenwouden, glooiende bananenplantages is spectaculair te noemen.
St. Lucia wordt ook wel “The island where wonders never crease” genoemd. St. Lucia biedt naast de gevarieerde tropische pracht, schitterende stranden en als speciale landschappelijke attractie een vulkaan met zwavel- en heetwaterbronnen en de markante tweelingbergen de Pitons.
Tussen 1667 en 1796 wisselde het eiland maar liefs 14 keer van bezitter. Als laatste streden de Fransen en Engelsen om Santa Lucia, waarbij de Engelsen als winnaars uit de bus kwamen. In 1979 werd St. Lucia onafhankelijk. De Engelse invloed uit zich vooral in de politieke en economische organisatie van het eiland.
Pigeon Island werd genoemd naar de voorliefde van admiraal Rodney, voor het fokken van duiven. Dit eiland speelde een grote rol in de oorlogen tussen Engeland en Frankrijk. Van hieruit voer admiraal Rodney weg in 1782, waarna hij in de Battle of the Saints de Franse vlot verwoestte. Tegenwoordig is het een nationaal park. Het eiland is door een landengte, die in 1970 voor twintig miljoen Engelse ponden werd aangelegd, met het vasteland van St Lucia verbonden. Op Pigeon Island is een museum, dat enkele ruïnes en voorwerpen uit de 18de eeuw bevat. Daarnaast zijn er enkele vondsten uit de tijd van de Arawak-Indianen.
Morne Fortune
Wanneer u van Castries via de Bridge Street naar het oosten rijdt richting de Morne Fortune (260 m), komt u langs een aantal schitterende huizen, waaronder het Goverment House (1895). Rondom bloeien prachtige bloemen zoals lelies, bougainville, hibiscus, oleander en jasmijn. Boven op de Morne staat het gedeeltelijk gerestaureerde Fort Charlotte (1794), dat tijdens de Frans-Engelse koloniale oorlogvoering twaalf keer van vlag wisselde, waardoor een ratjetoe aan materialen werd gebruikt en er in diverse stijlen werd verbouwd. Tegenwoordig is hier het Sir Arthur College gehuisvest.
Marigot Bay
Hier werd in 1966 een groot gedeelte van de beroemde speelfilm Dr. Doo-little opgenomen. De baai is een populaire aanlegplaats voor jachten 1778 wist de Engelse admiraal Samuel Barrington de Franse vloot te ontvluchten door zijn schepen Marigot Bay binnen te leiden en ze te camoufleren met palmbladeren.
La Soufrière
Soufrière, een stad met 4.000 inwoners, is genoemd naar de nabijgelegen vulkaan. De stad werd in 1746 gesticht en was rond 1763 al een bloeiend districtscentrum. In 1955 werd Soufrière door brand verwoest. U ziet, wanneer u op de kade staat, dat de huizen aan de linkerkant van de stad nieuwer zijn dan de huizen aan de rechterkant van de stad. Het plein met de kerk die prachtig afsteekt tegen de groene bergen op de achtergrond, vormt het centrum. De haven van de stad is de diepste van het eiland: cruiseschepen kunnen hier direct aan de kade aanleggen.
De vulkaan La Soufrière wordt omgeven door een groot aantal stomende geelgroen zwavelbronnen en zwarte heetwaterbronnen. Dit maanlandschap vormt ook een goed decor voor films, zoals te zien is in Superman II, die gedeeltelijk hier werd opgenomen.
In 1786 liet Louis XVI hier voor zijn troepen baden bouwen. De baden werden verwoest gedurende de Brigand War, net na de Franse Revolutie.
Bezoekers aan La Soufrière rijden letterlijk door de vulkaan; het is, naar men zegt, ‘s werelds enige “drive-in”-vulkaan.
Petit Piton en Gros Piton Men vermoedt dat deze beroemde tweelingvulkanen ongeveer 15.000 jaar geleden zijn ontstaan door een eruptie. Een korte klim de heuvels in, brengt u bij het regenwoud tussen Soufrière en Fond St-Jaques. U kunt in een wandeltocht van ongeveer drie uur naar de andere kant van het regenwoud lopen. Onderweg komt u een schat aan tropische planten en vogels tegen.