“God schiep de wereld in zeven dagen en besteedde daarvan twee dagen aan Rio”, zo luidt een bekend Braziliaans gezegde. Het reusachtige standbeeld Christus de Verlosser beschermt de stad met uitgestrekte armen. Het bijna 40 meter hoge beeld torent hoog boven de stad uit op de berg Corcovado.
Rio de Janeiro dankt haar naam aan een Portugese expeditie dat in 1502 dacht dat de baai een rivier was en het de ‘Rivier van Januari’ noemde. Op de oevers en de heuvels rondom onstond Rio de Janeiro dat van 1763 tot 1960 de hoofdstad van Brazilië was. De wijken worden met elkaar verbonden door bruggen en tunnels. De miljoenenstad staat niet alleen bekend vanwege haar geschiedenis, ritmische samba en beroemde stranden Copacabana en Ipanema, maar ook vanwege de armoede en de sloppenwijken, favelas. Veel jongetjes zien voetbal als de enige manier om aan de armoede in de favelas te ontsnappen. Ze hebben al menig profvoetballer voortgebracht als Ronaldo, Romário en Pelé. Rio heeft dan ook één van de grootste voetbalstadions ter wereld: het Maracanã. Ieder jaar bezoeken duizenden toeristen het carnaval van Rio, dat uitbundig wordt gevierd tijdens de drie dagen voorafgaand aan Aswoensdag.