Melos (Grieks: Μήλος, Milos) is een Grieks eiland en gemeente in de Egeïsche Zee, een van de Cycladen. Melos is 150 km2 groot en heeft zo’n 5000 inwoners. Net als Santorini is het vulkanisch van oorsprong. Warme bronnen en zwaveluitstotingen getuigen van vulkanische activiteit. Dit is van economisch belang voor de winning van delfstoffen: de bodem levert o.m. zwavel, perliet, puzzolaan en kaolien. Vanuit de havenstad Adámas, gelegen aan de grote baai, worden veerdiensten onderhouden naar een aantal eilanden en naar het vasteland. Op enkele kilometers afstand van Adámas bevindt zich ook het vliegveld van het eiland. Uit archeologische opgravingen blijkt dat het eiland reeds in het neolithicum bewoond was. In de Minoïsche tijd leverde Melos vulkanisch glas (obsidiaan) voor de vervaardiging van siervoorwerpen aan Kreta. Na de komst van de Doriërs in Griekenland (ca. 1100 v.Chr.) werd het eiland vanuit Laconië gekoloniseerd. Tijdens de Peloponnesische oorlog, toen Melos weigerde zich bij de Delisch-Attische Zeebond aan te sluiten, stuurde Athene in 416 v.Chr. een strafexpeditie. Thucydides vertelt hoe de Atheense gezanten eerst onderhandelden op hooghartige en cynische toon; toen de Meliërs echter weigerden het hoofd te buigen voor het Atheense imperialisme, werden alle mannen gedood en de vrouwen en kinderen als slaven weggesleept. Naar aanleiding van deze humanitaire ramp schreef Euripides zijn tragedie Trojaanse vrouwen. De Venus van Milo De Venus van Milo of Aphrodite van Melos is een wereldberoemd Grieks marmeren beeldhouwwerk. Het beeld werd vermoedelijk vervaardigd rond 130 v.Chr. en men denkt dat Alexandros van Antiochia de beeldhouwer was. De beeldhouwer gebruikte het in de oudheid beroemde witte marmer van Paros. Het beeld werd in 1820 door een boer in een veld gevonden op het Egeïsche eiland Melos (Ital.:Milo) in de Cycladen. Het beeld kan tegenwoordig bezichtigd worden in het Louvre in Parijs. De Venus van Milo wordt beschouwd als een symbool van eeuwige schoonheid