Samen met Gravdal en Ballstad heeft Leknes de grootste visverwerkende bedrijven van dit gebied. Leknes ligt ca. 4 km.vanaf de aanlegplaats. De Lofoten is een eilandengroep die gescheiden door de Vestfjord, 80 km verwijderd is van het vasteland van Noorwegen. In totaal 60 rotsige eilanden waarvan de meeste niet bewoond zijn. De hoogste top reikt tot 1200 meter, maar de meeste eilanden liggen op zeeniveau. Het zachte klimaat is toch niet in staat om op de eilanden enige flora te doen ontstaan op de veelal rotsige bodem. Echter de woeste schoonheid van de natuur is reden genoeg voor een druk toeristisch bezoek. Bekend is dat tussen januari en eind april enorme scholen kabeljauw naar het zeegebied bij de Lofoten komen om daar kuit te schieten. Vandaar een vissersvloot van meer dan 3000 schepen die samen het grootste aandeel hebben bij het binnenhalen van de “buit” op de Lofotenbank in de vangstperiode. Daarom zijn er ook veel visverwerkende industrieën. De kabeljauw is een tot wel 40 kilo wegende en 80 cm lange vis die behoort tot de schelvisachtigen. In gedroogde toestand wordt deze vis stokvis genoemd. In eindeloze rijen hangen ze vervolgens te drogen in de wind. Een bijproduct is levertraan, maar ook vissticks en visfilets zijn tegenwoordig ‘in de markt’. De Lofoten heeft een lengte van bijna 200 km. Met uitzondering van het vlakke eiland Rost, bestaan ze uit grillige, dreigend uit de Westfjord oprijzende bergen, die tot een hoogte van 1000 m oprijzen. Ze zijn tot laat in de lente besneeuwd. Uniek zijn de vogelbergen en de vissershaventjes, omgeven door rotsen en bergen. Al in de 11de eeuw stuurden vikinghoofdmannen uit Trøndelag hun horigen naar deze eilanden voor de visvangst. In de 12de eeuw gaf koning Øystein opdracht om voor deze vissers zogeheten rorbuer te bouwen. In deze periode ontstonden ook de eerste grote nederzettingen en werden de eerste kerken gebouwd. Aan de kabeljauwvangst bij de Lofoten namen ook steeds vaker vrije boeren en vissers deel, voor wie toen vaste regels werden opgesteld. De landeigenaren wezen de nieuwe vissers hun visgronden toe en verhuurden hun ook de vissershutten voor een vast bedrag. Deze huur bedroeg 20 tot 30 vissen per dag. Bovendien moesten de pachters nog 2% van hun visvangst aan de landeigenaren afstaan, dezelfde hoeveelheid aan de kerk en 4% aan de staat. De vangst werd gedroogd of gezouten, door de arbeiders van de Hanze of van de Bergen-Trondheimse trust verzendklaar gemaakt en naar heel Europa verscheept. Doordat deze handelswaar zeer beperkt houdbaar was, waren de prijzen in het vangseizoen bijzonder laag – totdat J. Ippe in de 17de eeuw in Molde begon met het in zout houdbaar maken van de vis door ze te drogen (stok- of klipvis). Daardoor werd ook de conservering een taak voor de vissers en velen vestigden zich nu permanent op de Lofoten, waarbij ze overigens wel afhankelijke, leenplichtige vissers bleven. Hierin kwam pas in de 19de eeuw verandering, toen de visserij werd vrijgegeven. Een gevolg was echter ook de overbevissing van de wateren. Het zware werk van de Lofotenvissers in de arctische nachten heeft talrijke mythen, verhalen en liederen doen ontstaan. De bekendste daarvan heeft Johan Bojer in zijn roman De Lofotenvissers verwerkt. Veel vissers zijn nu gestopt met de visvangst en begonnen met visfarms, waar ze zalm en forel kweken. De daarvoor noodzakelijke vergunningen worden door de staat verstrekt, die er op let dat de omvang van het bedrijf beperkt blijft om zo het ontstaan van groet bedrijven te voorkomen. Typisch op de Lofoten zijn de vissershuisjes (rorbuer). Het zijn eenvoudige houten huisjes, gebouwd op de vaste wal, op de steiger of op de houten palen in het water. In zulke huisjes woonden vroeger de vissers die tijdelijk naar de Lofoten kwamen voor de duur van de trek van haring en kabeljauw. Deze vissershuisjes hebben een portaal voor het opbergen van het visgerei, een keukentje en een woonkamer met een paar kooien. Door het gebruik van grotere en snellere schepen zijn de rorbuer niet meer in gebruik. Nu worden ze, voorzien van water, licht, sanitair en verwarming, verhuurd aan sportieve, avontuurlijke toeristen.