Bananenplantages, ruige rotsen, wijngaarden en de kleurrijke bloemenpracht zijn kenmerken waaraan Madeira haar bijnaam ‘bloemeneiland’ dankt. De subtropische archipel, met als hoofdstad Funchal, ligt in de Atlantische Oceaan op 700 kilometer van de Marokkaanse kust, maar het hoort bij Portugal. Het vruchtbare vulkanische eiland is vanwege haar bijzondere vegetatie en landschap een wandelparadijs.
Het werd in 1419 door de Portugezen Joao Gonçalves Zarco en Tristao Vaz Teixeira ontdekt. Ze noemden het Madeira, wat ‘houten eiland’ betekent. In diverse gebouwen zoals de St. Lawrence Fortress en het Palácio do Governo Regional zijn de Engelse en Portugese invloeden terug te vinden. Het eiland loopt steil af in zee en heeft vrijwel geen zandstranden. Slenter tussen de palmen over de Lido Promenade waarlangs zich prachtige tuinen en zwembadcomplexen bevinden, neem een glaasje Madeira wijn, of laat u per toboggan, een rieten tweepersoonsslee, vanaf de helling van de Monte naar beneden roetsjen. Maar ook een wandeling door de stad Funchal met haar bloemen, dichtbebouwde wijken en haar ligging tussen de steile rotsen is betoverend. Bij het ruige landschap van Madeira passen traditionele stevige gerechten zoals Espetada, een spies met rundvlees en laurier dat boven open vuur wordt geroosterd. Uiteraard staat ook vis veelvuldig op de menukaart, zoals tonijnsteak, degenvis (Espada) dat op grote diepte wordt gevangen en gebakken percebes geserveerd met knoflooksaus. Vers fruit en groente zijn in overvloed aanwezig op het eiland. Het fruit komt van de vele boomgaarden dat Madeira telt, waar niet alleen de doorsnee soorten groeien, maar ook exotisch fruit. Madeira heeft haar eigen wijn, dat net als haar gerechten stevig te noemen is met een alcoholpercentage van 18%. Het wordt dan ook als dessertwijn gedronken.