Met zijn eeuwenoude geschiedenis als haven is dit een bezienswaardige stad. Ook zijn er bus- en treinverbindingen vanuit Vigo naar Santiago de Compostela.
Zijn geschiedenis als haven, dankzij de beschermende ligging, dateert uit de Romeinse tijd en in de 15de en 16de eeuw was het één van de belangrijkste ontschepinghavens voor de Spaanse schepen die met ladingen schatten uit de Zuid-Amerikaanse kolonies terugkwamen.
Vigo (260.000 inwoners) werd ooit door Caesar zelf Vicus Spacorum genoemd. Er zijn mooie terrasvormig aangelegde tuinen te vinden die uitkijken over de Cies-eilanden. Het is echter absoluut niet landelijk. In de buurt van de vissershaven liggen enkele zeer mooie oude straatjes; u heeft een schitterend uitzicht over de rivier en de omliggende eilanden. Daarnaast zijn er stranden en het schitterende Parque Quinones de Leon heerlijke rustpunten in deze weliswaar mooie, maar drukke stad.
Het was altijd al een belangrijke haven, maar in de 19de eeuw heeft de stad een deel van zijn monumenten aan stadsvernieuwing prijsgegeven. Eigenlijk heerst de oude sfeer alleen nog in de havenwijk, de berbes, met cafés en de beroemde vismarkt met een grote keur aan schaal-, schelp- en andere kruipende of zwemmende zeedieren -en natuurlijk de heerlijke percebes (een schelpachtig aan de rotsen groeiend eetbaar plantje). Daar vindt u ook de neoclassistische Cathedral de Santa Maria, maar ook belangrijk zijn de twee kastelen, het Castillo de Castro en het Castillo de San Sebastian. Dit zijn oorspronkelijke vestingwerken uit de 10de eeuw, ook al is daar nadien nog het één en ander aan veranderd. Aan de rand van de stad kunt u omhoog klimmen naar de Mirador de la Guia.
Verder vindt u er herenhuizen en het Parque de Castrelos met daarin behalve het Museo Municipal (archeologie, schilderwerken en lokale kunstwerken) ook een openluchttheater.
Volgens de legende moet in de Rio Vigo nog een complete zilvervloot liggen. Deze is daar door de eigen bemanning tot zinken gebracht toen ze niet verder konden vluchten voor de Hollandse en Engelse piraten. Hij moet er nog liggen, maar tot op vandaag de dag is de schat niet gevonden. Jules Verne liet zelfs zijn kapitein Nero er naar op zoek gaan.
Plaatsjes in de buurt van VigoAan de noordkant van de Ría ligt de havenplaats Moaña, met een mooie Romaanse kerk. Een kleine omweg door het binnenland brengt u naar Mondariz, ooit een mondain kuuroord. De beide bronnen in de Jugendstil-gebouwen leveren nog wel water, maar de statige kuurpaleizen zijn afgebrand of verlaten. Er resteert slechts weinig van de vroegere rijkdom.
Aan de zuidelijke punt van de Ría de Vigo ligt de stad Baiona, met een goed bewaard gebleven oud stadsdeel en een gotische kapittelkerk, die een Romaans portaal rijk is. Interessant is ook de burcht Castillo Monterreal (14de eeuw), met drie middeleeuwse torens. Vlak daarbij is in Pazo de Gondomar een parador gevestigd.
Beroemd is Playa de America, het grote strand van de Ría de Baiona. De naam herinnert aan het feit dat het schip van Columbus bij zijn terugkeer uit West-Indië hier afmeerde. De kust ten zuiden van Baiona tot aan de monding van de Río Miño is flink afgekalfd door de zee en de branding en trekt daarom weinig bezoekers. Hier ligt op een berg in een schilderachtige omgeving het oorspronkelijk Romaanse cisterciënzerklooster Santa Maria de Oia. Het heeft een barokgevel en een fraaie kruisgang uit de 15de eeuw. Volgens de verhalen zouden christelijke schepen die door Turkse piraten werden achtervolgd, zich hebben schuilgehouden in de haven van Oia en zouden de monniken de piraten met vuurwerk hebben verdreven.
La Guardia bewaakt de riviermonding. Boven op de berg Santa Tecla bevindt zich een mooi gerestaureerde Keltische nederzetting met een interessant museum. De rivier Miño, in het Portugese Minho, vormt hier de grens tussen de beide landen. De grens is echter geen moeilijk te nemen barrière, zodat er op cultureel gebied een continue uitwisseling wordt onderhouden.
Landinwaarts ligt aan de Miño het Portugese Valencia do Minho dat door een 19de eeuwse brug is verbonden met het tegenoverliggende Tuy. Tuy is een nederzetting, waar in de geschiedenis nogal eens om werd gevochten en die vaak in Spaanse of Portugese handen overging. De smalle straten van Tuy lopen zeer steil de berg op. Boven staat de gotische kathedraal, een robuuste vestingkerk met een interessante kruisgang en drie zijbeuken. Het toegangsportaal toont een prachtige afbeelding van de aanbidding van de drie koningen. De indrukwekkende kerkschat wordt in een museum tentoongesteld. De oorspronkelijk gotische kerk Santo Domingo, die Portugese barokstijl is verbouwd, ligt aan de voet van de berg.
La TojaIn de Ría de Arousa liggen drie eilanden. De stranden van het Isla de Arousa zijn vanuit Vilanova te bereiken over een lange brug. Het eiland Sálvora is alleen per boot te bereiken. Het beroemdste eiland is La Toja, dat door een brug is verbonden met El Grove. La Toja is een kuuroord met geneeskrachtig water dat huidaandoeningen verlicht. Al in de vorige eeuw was hier het meest luxueuze kuurhotel van Galicia gevestigd. De geneeskrachtige werking van het water zou ontdekt zijn door een boer, die zijn afgebeulde oude ezel op het eiland had achtergelaten. Nadat de ezel van de bron had gedronken en zich in het water had gewenteld, kwam hij de volgende dag weer gezond en wel bij zijn baas terug. Tegenwoordig is het eiland volgebouwd met dure vakantiewoningen. Op het schiereiland El Grove is echter alleen de bekende grote Playa de Lanzada druk, de andere stranden zijn veel rustiger.
CambadosCambados is het centrum van de Alberiño-wijnen, waarvan de ranken in de 12de eeuw door de cisterciënzer monniken uit het Rijn- en Moezelgebied werden meegebracht. Deze uitstekende witte wijnen zijn, naarmate ze meer landinwaarts worden verbouwd, droger van smaak. De wijnen uit Ribadumia en Fefiñanes smaken bijzonder goed bij pulpo of oesters. In Pazo de Bazán staat een parador die in het park ook ieder jaar de Albariño-wijnproeverij organiseert.
Pelgrimsweg naar Santiago de Compestela
De pelgrimstocht over de Jakobsweg naar Sint Jakobus op het sterrenveld (Compostella= campus stellae) was in de Middeleeuwen een van de weinige aanleidingen om te reizen. Op bedevaart gaan betekende dat men afstand deed van zijn aardse bezittingen en in navolging van Christus, op symbolische wijze, het levenspad in nederigheid aflegde. De middeleeuwse pelgrims ondernamen de lange, onzekere reis als boetedoening om hun zielenheil te waarborgen of om een gelofte te vervullen. Vaak was de voettocht een straf en moesten de pelgrims te weg geketend afleggen. Ook waren er betaalde pelgrims, die tegen een vergoeding deze tijdrovende en gevaarlijke plicht overnamen van druk bezette mensen. Jaarlijks kwamen er 200.000 pelgrims naar Santiago, van wie velen ziek en uitgeput aankwamen. Van de halteplaatsen langs de route zijn vele bouwwerken bewaard gebleven. Ze zijn behoed gebleven, doordat dit gebied met het einde van de grote bedevaarttijd vrijwel in de vergetelheid is geraakt. De kathedralen, kerken, kluizenaarswoningen, ziekenhuizen en kloosters uit de 9de tot de 15de eeuw in het gebied tussen de noordelijke kust en de grote steden van Galicia, kunnen als leidraad dienen voor een tocht door dit deel van Spanje, dat overigens weinig aandacht krijgt.
Tegenwoordig is de pelgrimsweg weer goed aangegeven. De ‘vrienden van de Weg’ zorgen voor wegwijzers en pelgrimsherbergen, elders bieden parochies en kloosters de pelgrims onderdak.
De dag van Sint Jakobus is 25 juli. Het jaar waarin deze dag op een zondag valt, is een heilig jaar: dan neemt het aantal bedevaartgangers sterk toe. Op deze dag viert Santiago feest met in de nacht van 24 juli een groots vuurwerk boven de kathedraal.
Santiago de CompestelaDeze stad is het bolwerk van gelovig Spanje, gewijd aan Sant’lago El Matamoros (Sint-Jacob de Morendoder), het schutspatroon van Spanje.
Jacobus, de broer van Johannes, leefde een eenvoudig bestaan, maar onderscheidde zich na zijn bekering in het bevechten van de ongelovigen (in het Spaans gelijk vertaald als Moros). Op een gegeven moment viel hij ten offer aan Herodus, die hem liet onthoofden en zelfs verbood zijn lichaam te begraven. Christelijke broeders stalen het lijk en legden het in een marmeren sarcofaag. Ze legde de sarcofaag in een onbemand vissersbootje en dat strandde voor de kust van Lusitania. (De Jakobsschelp herinnert nog aan deze overtocht). Daar werd het lijk door vissers gevonden en begraven. Acht jaar later werd het graf regelmatig beschenen door een helder sterrenlicht en de voormalige Romeinse begraafplaats werd vanaf dit moment aangeduid met de naam Campus Stellae. In 813 richtte zich een stralenbundel op een bepaalde plek. Zo werd het graf van de heilige Jacobus gevonden. Er werd een kerk en een kathedraal gebouwd op deze heilige grond. De kathedraal en het graf van de ‘nationale’ heilige werden het einddoel van de belangrijkste Europese bedevaartsroute en Santiago de Compostella groeide uit tot een internationaal symbool van christelijke eenheid en devotie.
De pelgrims trokken Santiago door de Rua de San Pedro en de Puerta del Camino binnen. De grauwe granieten huizen gingen maar al te vaal schuil achter een nevel van zachte motregen. De pelgrims liepen langs de Casas Reales, Plaza de Cervantes en Calle de la Azabachería, waar sieraden van zwart barnsteen worden gemaakt.
Bij het noordelijke portaal van de kathedraal konden de pelgrims zich bij de fontein wassen en kregen ze schone kleding. De oude kledingstukken werden op het dak van de kerk aan het ijzeren ‘Lompenkruis’ verbrand.
Langs de bogen van het bisschoppelijke paleis Palacio Gelmirez kwam men uiteindelijk op de Plaza del Obradoiro, het grote plein voor de barokke westelijke gevel van de kathedraal. In het midden bevindt zich het beeld van Jakobus (Santiago) en daarnaast de beide torens. Als u de kerk door deze ingang betreedt, komt u bij nog een gevel: de Portico de la Gloria van meester Mateo uit het jaar 1188. Dit Romaanse meesterwerk durfde men tijdens de verbouwing in barokstijl niet te slopen. Misschien speelden ook politieke motieven een rol. Diep ingesleten in de zuilen onder het Jakobsbeeld ziet u de afdrukken van de vingers van de mijloenen pelgrims die hier de afgelopen acht eeuwen de heilige kwamen aanbidden.
Het interieur van de kathedraal laat door de lange bouwgeschiedenis een onovertroffen vermenging van stijlen zien.
Op bijzondere feestdagen wordt bij de pelgrimsmis om 12.00 uur de enorme wijwaterketel, de botafumeiro, met beangstigende snelheid door het kerkschip gezwaaid. Men zegt dat deze manier van luchtzuivering nog uit de tijd stamt dat de vaak duizenden pelgrims hier niet alleen kwamen bidden, maar hier ook sliepen.
Behalve de kerk met zijn fraaie portalen is een bezoek aan het museum zeker de moeite waard. In het museum vindt u de bibliotheek, waar ook de Codex Calixtinus wordt bewaard, een verzameling wandtapijten met onder meer ontwerpen van Rubens en Goya, de kerkschatten en de zogenaamde crypte, de Romaanse onderbouw van het westportaal. De echte crypte bevindt zich in het interieur van de kerk en herbergt de schrijn met het gebeente van Jakobus, dat hier rust sinds het in 1884 werd herontdekt.
Het plein van de kathedraal is omgeven door imposante gebouwen. Aan de noordzijde ligt het Hospital Real, het oude hospitium dat tegenwoordig een parador nacional is, maar nog steeds trouw is gebleven aan de stichtingsvoorwaarden en de echte pelgrims nog altijd kosteloze verzorging biedt. Aan de oostzijde van het plein staat het Rajoy-paleis waarin het huidige stadhuis is gehuisvest, met daarvoor het ruiterstandbeeld van Jakobus als Matamoros. Aan de zuidzijde van het plein staat het Colegio de San Jerónimo (17de eeuw) met zijn mooie 15de eeuwse portaal, waar armlastige studenten en kunstenaars werden onderricht. Het daarachter gelegen Fonseca-paleis (16de eeuw) was gereserveerd voor de welgestelde studenten.
Santiago is een van de oudste universiteitssteden van Spanje en was tot voor kort de enige van Galicia. In de stad wonen ongeveer 40.000 studenten. Vele van de oude kloosters zijn verbouwd tot studentenhuizen. Nu Santiago tot hoofdstad de autonome deelstaat Galicia is uitgeroepen, heeft de stad als bestuurlijk centrum aan betekenis gewonnen. De enorme bevolkingsdruk heeft geleid tot de bouw van vele nieuwbouwwijken aan de rand van de stad.
Ten zuidwesten van de volledig bewaard gebleven oude binnenstad, die ter gelegenheid van het Jakobsjaar in 1993 geheel gerestaureerd werd, heeft zich een levendig, nieuw stadscentrum ontwikkeld.
Het toeristenbureau in Santiago de Compostela bevindt zich op Rùa do Vilar en is geopend van maandag t/m vrijdag van 10.00-14.00 & 16.00-19.00 uur en op zaterdag van 10.00-14.00 uur.
Nuttige tips ToeristenbureauOficina de Turismo: C/ Las Avenidas of Estación Maritima.
VervoerAlle taxi’s hebben een taximeter met een begintarief. Wanneer u een taxi direct in de haven aanhoudt, komt daar vaak een haventoeslag bovenop. In de stad wordt er met de meter gewerkt, op langere afstanden kan er met vaste tarieven kunnen worden gewerkt.
U kunt een auto huren. U dient in het bezit te zijn van een rijbewijs dat minstens een jaar oud is en een credit card voor de borg.
Er zijn bus- en treinverbindingen vanuit Vigo naar Santiago de Compostela. Castromil heeft bussen via Pontevedra.
Ligplaats schipVanaf Vigo naar Santiago de Compostela is het ongeveer 1 uur rijden. Wanneer u op eigen gelegenheid naar Compostela wilt gaan, raden we u aan om van te voren een prijs af te spreken met de taxichauffeur voor de hele dag.
De Spanjaarden zijn trots op hun ruige, dorre land met mooie, vruchtbare kuststreken en lange zandstranden. Vooral op hun voetballers en hun wijn, op Columbus, Gaudi en Picasso. Het is een volk van cultuur en historie, wat je nog langs grote delen van de Costa’s terugvindt. Slechts een klein deel daarvan staat bekend om de toeristencentra.
Er zijn nog prachtige typisch Spaanse dorpen en steden met een schat aan historie. De temperamentvolle Spanjaarden leven het grootste deel van de dag en van het jaar buiten wat Spanje tot een aantrekkelijk vakantieland maakt.
Lees meer over Spanje »| Populatie: | 40.491.000 |
| Hoofdstad: | Madrid |
| Munteenheid: | EUR |
| Oppervlakte: | 504.782 km² |
| Continent: | Europa |